NL | EN

Home > Nieuws

Nabuurschap stimuleren met digitale buurtverhalen in de buitenlucht

01-04-2024

Het project ‘It takes a village to grow old’ is een samenwerking waarin het lectoraat Digital Life (FDMCI, HvA) met onder andere de TU Eindhoven en Stadsdorp Vondel/Helmers in Amsterdam sinds april 2022 onderzoek doet naar AI-kunstobjecten in de openbare ruimte om ontmoetingen tussen mensen (met en zonder dementie) in de wijk te stimuleren. Het project speelt in op de behoefte van mensen met dementie om thuis te blijven wonen in de wijk waar ze zich prettig en veilig voelen.

Buurtverhalen delen

Na de afgelopen twee jaar onderzoek zijn recent de Buurtverhalenmuur met het Buurtverhalenbankje opgeleverd als concrete resultaten in de praktijk van het betrokken Stadsdorp.

De Buurtverhalenmuur is een plek voor herinneringen en nieuwe verhalen uit de buurt. Het is een applicatie die het mogelijk maakt om verhalen te delen, waardoor er meer herkenning en verbondenheid wordt gecreëerd. Alle buurtgenoten zijn uitgenodigd om (samen) verhalen te lezen en achter te laten.

Als iemand even zonder inspiratie zit of moeite heeft met schrijven, dan helpt de Buurtverhalenmuur om een verhaal te maken. Zo heb je binnen een paar klikken al een eigen verhaal over een plek in de buurt. Hiervoor maakt de Buurtverhalenmuur gebruik van AI.

Er wordt momenteel nog gewerkt aan een optie om eigen, open verhalen over de buurt achter te kunnen laten.

In dit artikel vind je meer achtergrondinformatie over het Buurtverhalenbankje.

Participatieve methode

De rol van Digital Life in dit project is specifiek hoe je met burgers een AI oplossing kunt ontwerpen. In dit kader heeft docent-onderzoeker Saskia Robben diverse straatinterviews gehouden waar burgers uit het Stadsdorp zelf de regie hadden. Deze burgerparticipatie was een rode draad binnen het gehele onderzoek.

Saskia Robben deelt hierover de volgende ervaringen:

Hoe ervaarde jij de participatie van alle betrokken in alle fasen van het onderzoek?

‘Iedereen was ontzettend betrokken (en dan heb ik het vooral over partners uit het kernteam), vooral de burgers ook. Ik heb al veel projecten gedraaid waar co-creatie een belangrijk uitgangspunt was, maar zelden heb ik met zulke betrokken burgers samengewerkt als in Stadsdorp Vondel/Helmers. Regelmatig lagen initiatieven echt bij hen, terwijl mijn ervaring als onderzoeker of projectcoördinator is dat je er vaak veel harder aan moet trekken.’

In hoeverre was het onderzoeksproject passend in deze omgeving?

‘Naar mijn mening paste het project heel goed. Er was een groep betrokken burgers die tot dit idee en uitwerking gekomen is. Een deel van het concept kan wellicht op andere plekken ook landen (zoals de interactieve applicatie-component, de verhalenmuur).’

In hoeverre heeft het onderzoek bijgedragen aan sociale innovatie?

‘Ik denk dat het Stadsdorp op zichzelf al een vorm van sociale innovatie is, en dat dit project die structuur en samenwerkingen met anderen verder versterkt heeft.’

Specifiek met betrekking tot technologie en AI denk ik dat we een groep mensen hebben kunnen meenemen in de mogelijkheden ervan en een en ander hebben kunnen uitleggen, waardoor zij betrokken zijn geraakt.

Als onderzoeker heb ik bijvoorbeeld een duidelijk verschil gemerkt met de eerste en de laatste sessie met de Stadsdorpers in het gesprek over technologie. Tegen het eind merkte ik, dat het op technologisch vlak geïnformeerde, kritische burgers zijn geworden die goed in staat zijn om de voor- en nadelen van technologie te bediscussiëren (met onderbouwde argumenten en niet alleen vanuit een gevoel).

Alleen die toename van digitale geletterdheid, of beter nog: AI-geletterdheid, vind ik al een winst en een vorm van sociale innovatie.’